Het verhaal van Wim en Mies Husslage
We merken dat de huidige onzekere en gespannen situatie in de wereld voor iedere bezoeker aanleiding is om zich te realiseren dat onze vrijheid nooit vanzelfsprekend is.
Het verhaal van Wim en Mies Husslage
We merken dat de huidige onzekere en gespannen situatie in de wereld voor iedere bezoeker aanleiding is om zich te realiseren dat onze vrijheid nooit vanzelfsprekend is.
.jpeg)

Het verhaal van vrijwilligers Wim en Mies Husslage
Benieuwd wat vrijwilligers beweegt die zich inzetten voor het informatiecentrum? Volg hun verhalen. Wim en Mies Husslage vertellen:
Wat was jullie drijfveer?
Wij vinden informatievoorziening belangrijk. Sinds 1972 wonen we in Holten en bezoeken we de Canadese Begraafplaats. In de shelters op het ereveld is de informatie over de rol van de Canadese troepen bij onze bevrijding beperkt.
Wanneer en hoe raakten jullie betrokken bij het informatiecentrum?
Toen we in het Holtens Nieuwsblad lazen dat ’de Afsluiters’ het plan hadden om een informatiecentrum te realiseren, hebben we onze hulp meteen aangeboden. In eerste instantie, in 2008, is de hulp van Mies als docente Engels op de Waerdenborch gevraagd. Zij heeft toen voor de Engelse vertaling van het ’bidbook’ gezorgd, dat nodig was voor een subsidieaanvraag. Het bleek een gigantische operatie om de plannen waar te maken. Alle lof voor deze ’founding fathers’ die hun plan hebben doorgezet.
Waar houden jullie je mee bezig?
Toen het gebouw klaar was, zijn we ogenblikkelijk als gastvrouw en gastheer actief geworden. We besloten om samen elke maand een woensdagdienst te doen. De dag bestaat uit openen, schoonmaakklussen, bezoekers verwelkomen, uitleg geven over de route, rondlopen en verduidelijken en natuurlijk opruimen en afsluiten. De dag is nooit saai: ieder contact is nieuw en interessant.
Wat maakt jullie zo betrokken?
Al sinds 1985 voelen we ons extra betrokken bij de begraafplaats. Op 4 mei van dat jaar droeg onze toen 11-jarige dochter Willemijn bij de herdenking een gedicht voor. In het Engels. Ze zat in de klas bij Gert Jan van ‘t Holt - één van de latere Afsluiters. Hij had Mies gevraagd een Nederlands gedicht te vertalen naar het Engels. De aanwezige veteranen waren diep ontroerd door Willemijns vertolking ervan . Eén van hen stuurde een brief naar de toenmalige burgemeester Van Rappard, waarin hij vroeg om met het meisje te mogen corresponderen. Het begin van een correspondentie met Canada die tot op de dag van vandaag duurt. De veteraan behoorde tot het regiment van de Seaforth Highlanders. Wij zijn een aantal keren bij hem en zijn Amerikaanse vrouw op bezoek geweest in Canada.
Hoe kwamen jullie in contact met een nazaat van een Canadees slachtoffer?
Bij de bevrijding van Oost- en Midden-Nederland kwamen de Canadese Seaforth Highlanders in aanraking met een aantal ondergedoken Nederlandse studenten. Die meldden zich bij de troepen en werden direct ingezet als vertalers met zelfs een rang in het leger. Deze connecties zetten zich voort in de Pipes and Drumsband van de Seaforth Highlanders of Holland, die elk jaar in november de Memorial Sunday op de begraafplaats organiseert.
Het Seaforth Regiment werd ingezet bij het oversteken van de IJssel in april 1945. Hun Majoor Haworth Glendinning kwam daarbij om het leven. Hij behoorde sinds 1943 tot het regiment, had een grote staat van dienst verworven bij gevechten op Sicilië en in Italië en sneuvelde in Operation Canonshot. De week ervoor was hij in Engeland getrouwd. Zijn makkers waren ontzet. “It was actually a silly accident”, vertelde veteraan Dave Harper ons. “Omdat hij net terug was van zijn huwelijksverlof, hielden we hem zijdelings betrokken bij de operatie en ging hij als één van de laatsten de rivier over. Plotseling ging hij staan in de boot, kreeg een voltreffer en viel neer. Hij had zoveel ervaring: we snapten het niet en waren er kapot van”. Hij is begraven op de begraafplaats in Holten.
Het moet nu tien jaar geleden zijn dat wij op een zaterdagmiddag laat werden gebeld door gastvrouw bij het informatiecentrum: Carin van Avesaat. Ze had iemand op bezoek gehad die beweerde de ’dochter van Glendinning’ te zijn. “Wij wisten toch meer over deze majoor? Had hij inderdaad een dochter?“. Wij haastten ons naar de begraafplaats, zagen niemand die ’de dochter‘ kon zijn. Bij het graf stond een plant met een hartje er in. Geen aantekening in het boek. Niets. Het liet ons niet los.
Stom toevallig (of bestaat toeval wel?) kwam een jaar later tijdens onze dienst een Engels echtpaar op bezoek. Ontroerd hadden ze naar de film gekeken. Toen we vroegen waarom ze zo betrokken waren, zeiden ze dat ze net het graf bezocht hadden van hun oom. Het bleek te gaan om…Glendinning! We vertelden het verhaal over een mogelijke dochter. Ze waren stomverbaasd. “Nee, oom had geen nazaten!” Het contact met de echtgenote van zijn oom was verloren gegaan, maar ze waren er zeker van dat ‘oom en tante’ samen geen kinderen hadden. Ze vroegen ons dringend pogingen te ondernemen om de identiteit van de mogelijke dochter te achterhalen.
Ons was verteld dat deze dochter Nederlands sprak en dat haar Nederlandse moeder gezegd had dat ze het kind was van een Canadees die Glendinning heette. Bovendien bleek op een foto van Glendinning de gelijkenis met diens kleinzoon treffend te zijn. We hebben alles uit de kast gehaald om de dochter te vinden. Helaas zonderresultaat.
Wat heeft in de hele periode veel indruk op jullie gemaakt?
Zeven jaar geleden op een maandag startte de uitbouw van het informatiecentrum. We werden gebeld waarom we er nog niet waren? Op maandag? We hebben toch altijd dienst op woensdag? We spoedden ons naar het informatiecentrum om te zorgen voor aflossing van de wacht. Het was niet druk. Twee dames kwamen binnen. Eén dame hijgde en had moeite met lopen. We haalden een stoel en een glas water en vragen wat er was. Ze had het graf van haar vader bezocht. Zijn naam was Glendinning! De dochter naar wie we al jaren op zoek waren, stond zomaar ineens voor onze neus. Geëmotioneerd deed ze die middag haarverhaal. Regien Klein Hegeman, die van de uitbreiding van het informatiecentrumverslag deed voor de Stentor, was er ook.
Aan het einde van de middag maakten we een afspraak voor een ontmoeting de volgende dag. Helaas belde ze af. Het werd haar emotioneel teveel. Ze wilde het graf van haar vader Glendinning bezoeken, maar zag af van contact met de Engelse familie. Die familie betreurde haar besluit, maar had er vrede mee. Later dat jaar brak brand uit in het huis van de Engelse Glendinnings. Ze wisten zich hetvege lijf te redden, maar alles ging verloren. Ook de zeer hoge DSO medaille en onderscheiding van hun oom. Ashes to ashes, dust to dust.
Wat levert dit vrijwilligerswerk jullie op?
Eigenlijk is iedere ontmoeting hier voor ons gedenkwaardig, maar de ontmoeting die we zojuist beschreven is wel heel bijzonder.
Waarom zouden mensen het informatiecentrum moeten bezoeken?
Voor ons is het steeds een vreugde om aan bezoekers uit teleggen hoe de bevrijding in Noord- en Oost-Nederland is verlopen. We merken dat de huidige onzekere en gespannen situatie in de wereld voor iedere bezoeker aanleiding is om zich te realiseren dat onze vrijheid nooit vanzelfsprekend is. De inrichting van het informatiecentrum met alle aanwezige informatie, de rondleidingen en de ontvangst door betrokken gastheren en gastvrouwen dragen daar des te meer aan bij.
Voor ons persoonlijk geeft het grote voldoening ons verhaal te vertellen. Uit de correspondentie van onze 11-jarige dochter in 1985 met Canadese veteranen, is warme vriendschap voortgekomen. Zo zelfs dat één van hen in zijn nalatenschap bepaalde dat de twee dochters van Willemijn op hun achttiende verjaardag te zijner nagedachtenis een halsketting moesten krijgen.
Het indrukwekkende verhaal van de Canadezen die bereid waren hun leven te geven voor onze vrijheid, wordt in het Informatiecentrum prachtig belicht, gekoesterd en doorverteld. Lest we forget!
Lees hier meer nieuws
Ontdek de onvergetelijke verhalen van Canadese bevrijders.


.jpeg)